Mensen komen bij mij een familie-, organisatie- of loopbaanopstelling doen, wanneer er al langer een probleem speelt. De vraag kan heel uiteenlopend zijn: binnen een jaar vertrek ik steeds weer bij een werkgever, in mijn relaties ben ik altijd aan het redden, in alles wat ik doe voel ik me onrustig, ik heb al jaren geen contact meer met mijn ouders… Zo’n vraag is  soms al op verschillende manieren onderzocht, maar er is geen antwoord op gekomen. In een opstelling kan er mogelijk verrassend snel iets zichtbaar worden, waardoor er ruimte komt voor een nieuwe beweging.

Op basis van de vraag die iemand stelt, komt bij mij als begeleider op, wie en wat ik als eerste opstel. Dat kan gaan om personen, bijvoorbeeld vader en moeder of de leidinggevende, maar ook om gevoelens of aspecten, bijvoorbeeld de onrust, de vage angst of het doel van het bedrijf. Aan enkele deelnemers wordt gevraagd of zij deze mensen of aspecten willen representeren. Ze hoeven slechts met hun aandacht bij die persoon te zijn en zich daarbij niks in te leven. Het bijzondere is, dat een representant vervolgens spontaan gevoelens, fysieke gewaarwordingen, gedragsimpulsen en gedachten krijgt, die met de betreffende persoon verbonden zijn. Dat gebeurt ‘gek genoeg’ ook bij abstracte aspecten als het doel van het bedrijf. Wat representanten verwoorden en laten zien in houding en gedrag is vaak verrassend herkenbaar voor degene voor wie de opstelling plaats vindt. Wat er speelt wordt daarmee concreet zichtbaar, maar nog niet waar de oplossingsrichting ligt.

Na de herkenning komt het verkennen en zoeken waar in de opstelling iets nodig is of zichtbaar kan worden, zodat er een beweging ontstaat, waar de vraagsteller bij gebaat is. Dit proces begeleiden is spannend en vraagt een open houding, waarin ik mij moet durven laten verrassen. Vaak wordt in deze fase iets pijnlijks benoemd of zichtbaar, wat lange tijd niet gezien mocht worden of buitengesloten is. Als dat gebeurt, raakt dat alle betrokkenen in de opstelling en is er opluchting. Dat geeft ruimte voor iets nieuws. De verstarring of beklemming is doorbroken. Er ontstaat een nieuw perspectief en een uitnodiging tot een andere houding of ander gedrag. De vraagsteller heeft een antwoord of een richting van een antwoord, waarmee hij verder kan in leven of werk.